SP 106 Epoxy - 3 Gebruiksinstructie
SP 106Veelzijdig Epoxy Systeem - De Keuze Van Professionals
3 Gebruiksinstructies |
3.1 Werkplaatscondities
SP 106 epoxy wordt bij voorkeur gebruikt bij een omgevings temperatuur tussen de 15° C en 25° C. Bij lagere temperaturen wordt het product dikker (minder vloeibaar) en moeten de hars en harder worden verwarmd. Dit doet u door de containers met de niet gemengde componenten een tijdje in warm water te zetten. Verwijder wel de doppen van de containers. Door de warmte zet het materiaal uit en kan er overdruk in de container ontstaan. Indien mogelijk moet ook de ondergrond van de te verlijmen of coaten materialen voorverwarmd worden. Dit kan door bijvoorbeeld een tent om de boot te bouwen en te verwarmen met een straalkachel of hete luchtkanon. Deze zijn vaak te huur bij de bouwmarkt.
Tip: Als u in een koude omgeving werkt waar geen verwarmde ruimte is om uw epoxymaterialen op te slaan, timmer dan van wat restmultiplex een kastje en hang hier een gloeilamp in (even zoeken en rondvragen) van 25 of 40 wat. Deze houdt/brengt uw materiaal prima op temperatuur, maar voorkom dat de temperatuur verder oploopt dan 30 graden. Dit kan meteen een aardig testproject zijn als u nog nooit met epoxy hebt gewerkt.
Bij lagere temperaturen en hogere luchtvochtigheidsgehaltes zal er bij het uitharding van de epoxy een zognaamde “amine blush”ontstaan. Lees voor meer informatie hierover paragraaf 4.3 over “Coaten”.
Bij hogere temperaturen en grotere hoeveelheden wordt de zogenaamde ‘potlife’ – dit is de conditie waarin het mengsel nog toegepast kan worden – verkort.
3.2 Voorzorgsmaatregelen
Eerst maar even ‘Wat te doen bij het morsen van epoxy’. U kunt bijvoorbeeld zand gebruiken als absorbtiemateriaal om de epoxy op te nemen en daarna onmiddellijk op de ruimen. Gebruik hiervoor nooit zaagsel of ander cellulosehoudend materiaal. Door de warmteontwikkeling kan er spontane ontbranding ontstaan.
Schraap de epoxy met het absorbtiemateriaal van de vloer met een plamuurmes maar gooi het niet meteen bij het afval, laat het eerst uitharden (zie de cursieve tekst in de volgende paragraaf). De resten op de vloer maakt u het best schoon met azijn.
In uw werkplaats staat dus in een hoekje een emmertje met zand en u heeft een fles azijn bij de hand!
3.3 Mengen en Gebruik
Gebruik Snelle -, Langzame – of Extra Langzame harder, afhankelijk van de gewenste reactiesnelheid van het mengsel en de benodigde tijd voor verwerking, in de verhouding:
Sp 106 hars : SP 106 harder |
5 : 1 (in volume) |
Meet de componenten zo zorgvuldig mogelijk af omdat het varieren van de hoeveelheid harder de uithardingstijd niet significant zal beïnvloeden maar wel de sterkte van het uitgeharde materiaal enorm zal verminderen evenals de waterafstotende eigenschappen.
Gebruik voor het mixen een wegwerp maatbeker met een accurate schaalverdeling. U kunt ook voor het bepalen van de hoeveelheden voor een par tientjes een kleine digitale keukenweegschaal aanschaffen. Leg hier overheen een doorzichtige plasticfolie ter bescherming van de weegschaal.
Een andere methode om een accurate mengverhouding te krijgen is het gebruik van het SP pompdoseersysteem. Verzeker u er wel regelmatig dat de pompen zijn aangebracht en worden gebruikt conform de instructies op de verpakking. De pompen moeten tevens regelmatig worden gecontroleerd en schoongemaakt om zeker te stellen dat ze de correcte hoeveelheden blijven doseren.
Component Eigenschappen |
||||
|
Hars |
Harder |
Harder Langzaam |
Harder Extra Langzaam |
Mix Ratio (op gewicht) |
100 |
18 |
18 |
18 |
Mix Ratio (op volume) |
100 |
20 |
20 |
20 |
Viscositeit @ 15oC (cP) |
2180 |
344 |
143 |
908 |
Viscositeit @ 20oC (cP) |
1360 |
263 |
106 |
594 |
Viscositeit @ 25oC (cP) |
815 |
198 |
74 |
394 |
Viscositeit @ 30oC (cP) |
525 |
153 |
54 |
258 |
Houdbaarheid (maanden) |
24 |
12 |
12 |
12 |
Kleur (Gardner) |
1 |
4* |
3* |
>8 |
Gemengde Kleur (Gardner) |
- |
1 |
1 |
8 |
Component Dichtheid (g/cm3) |
1,164 |
1,008 |
0,979 |
0,98 |
Gemengde Dichtheid (g/cm3) |
- |
1,138 |
1,131 |
1,125 |
Gevaar Definitie |
Xn, N |
C |
C |
C |
*Het materiaal wordt donkerder tijdens opslag
3.4 Het Mengen van Hars en Harder
De SP 106 hars en harder moeten gedurende tenminste één minuut zeer goed gemengd worden liefst nog iets langer, zeker als de omgevingstemperatuur laag is. Meng met een houten spatel en ga daarmee geregeld langs de bodem en de zijkanten van de mengbeker om te voorkomen dat daar onvermengd materiaal achterblijft.
Geen hoge smalle pot gebruiken! De warmte die door de reaktie ontstaat kan dan niet snel genoeg weg en het geheel kan zeer warm worden en zelfs gaan roken en bruisen! Gebruik als mengbeker ook geen glas of piepschuim vanwege de hoge warmteontwikkeling.
Zet een grotere hoeveelheid aangemaakte epoxy dus nooit in de buurt van brandbare en zeker niet bij lichtontvlambare materialen zoals wasbenzine of terpentine o.i.d. Gooi nooit niet-uitgeharde epoxy bij het afval. Laat het eerst uitharden tot een ongevaarlijke harde stof en gooi het daarna pas weg.
Om de verwerkingstijd te maximaliseren moet het aangemaakte mengsel in de mengbeker snel worden verwerkt. Het is aan te raden om het mengsel uit de mengbeker over te gieten in een ondiep schaaltje of bijvoorbeeld een rollerbak om de warmte die tijdens de reactie van de hars en de harder ontstaat makkelijker af te voeren en daarmee de verwerkingstijd (pot-life) te verlengen. Zie ook de tabel over “Verwerkingseigenschappen Op Temperatuur” in de paragraaf hieronder.
3.5 De Vulmiddelen
Vulmiddelen beïnvloeden de verwerkingseigenschappen van het harsmengsel en hebben een gunstige invloed op bijna alle verlijmingstoepassingen door verbeterde vulling van oneffenheden. Bovendien vergroten ze het volume van het aangemaakte mengsel. Vulmiddelen worden ook gebruikt voor het maken van hoeklijstverbindingen (zie verderop) en voor het maken van goedkope epoxy plamuur substanties met een lage dichtheid.
Als u vulmiddelen aan het mengsel wilt gaan toevoegen zorg er dan voor dat u de afgemeten hoeveelheden al klaar hebt staan voor u gaat mengen. Dit voorkomt dat u nog moet gaan wegen als de chemische reaktie van de epoxy al in volle gang is. Als u vulmiddelen gebruikt meng dan altijd eerst de hars en de harder en voeg pas daarna het vulmiddel toe in de juiste hoeveelheid met kleine beetjes tegelijk zoals aangegeven in de tabel hieronder.
Houd er rekening mee dat het volume van het mengsel zal toenemen met de toevoeging van het vulmiddel. Maak dus een zodanige hoeveelheid epoxy aan dat er in de mengpot nog voldoende ruimte overblijft voor het vulmiddel.
Microballoons
SP microballoons zijn holle phenol hars bolletjes met een onderscheidende rood/bruine kleuring. Dit maakt ze bijzonder geschikt voor ‘cosmetische’ hoeklijstverbindingen en vullingen in houtconstructie, alsook voor structurele lijmverbindingen waaraan geen al te hoge eisen worden gesteld, met zachtere houtsoorten zoals grenen. Hoewel niet zo waterdicht als glasbubbels wordt aan microballoons vaak de voorkeur gegeven vanwege hun uitstekende schuurbaarheid. Microballoons worden normaal gesproken niet gebruikt in combinatie met polyester- en vinylesterharsen omdat ze kwetsbaar zijn voor Styreen.
Microballoons moeten luchtdicht verpakt worden opgeslagen omdat ze het vocht uit de lucht opzuigen hetgeen de kwaliteit van de gemengde epoxy nadelig beïnvloed.
| Glassbubbels | |
![]() |
SP Glasbubbels zijn holle glasbolletjes met een meer variabele deeltjes grootte dan microballoons. Omdat ze chemisch gezien van glas zijn, zijn ze fysiek harder dan microballoons en harsmengsels zijn zijn evident moeilijker te schuren. Glasbubbels zorgen echter wel voor een meer waterdicht mengsel. Omdat ze aanzienlijk goedkoper zijn dan microballoons genieten ze vaak de voorkeur als de uiteindelijke schuurbaarheid en kleur niet van het grootste belang zijn. |
| Indien bij het aanleggen van bijvoorbeeld fillets rekening gehouden wordt met het schuurprobleem en de fillets meteen strak worden afwerkt zijn ze een uitstekende vervanging. Ze kunnen worden gemengd met iedere hoeveelheid microballoons voor de kleuring. | |
| Microfibres | |
![]() |
SP Microfibers zijn fijne houtcellulose vezels algemeen gebruikt voor het maken van structurele lijmen voor het verbinden van hout en glasfiberproducten. Omdat ieder harssysteem met een lage viscositeit gretig door een houtoppervlak wordt opgenomen, kan een ongevulde epoxymix leiden tot een ‘droge verbinding’ (een verbinding waar weinig of geen lijm tussen zit). Vanwege hun absorbtie eigenschappen kunnen microfibers een aanzienlijke hoeveelheid hars vasthouden in de verbinding en daarmee het opzuigen van de lijm door de |
| houtvezels van de te verbinden onderdelen beperken. Hiermee zorgt het ervoor dat er een voldoende hoeveelheid hars achterblijft om de verbinding tot stand te brengen. Daar waar de sterkste verbindingen nodig zijn zoals bij stompeverbindingen of liplas verbindingen (scarf joints) van houten panelen, verdienen microfibers altijd de voorkeur boven vulmiddelen in de vorm van holle bolletjes. | |
| Colloidal Silica of Aerosil | |
![]() |
Colloidal silica is een middel dat wordt gebruikt om de thixotrope of ‘zakeigenschappen’ van een harssysteem te controleren. Door colloidal silica in verschillende hoeveelheden toe te voegen aan een harsmengsel – die de al genoemde vulmiddelen bevatten – kunnen de verwerkingskarakteristieken worden gestuurd. Relatief kleine hoeveelheden, toegevoegd aan een harsmengsel met glasbubbels of microballoons zorgen ervoor dat de hars minder zal uitzakken waardoor de verwerking eenvoudiger wordt. |
| Colloidal Silica wordt ook toegevoegd aan microfibers om een mengsel te maken dat geschikt is voor een zeer sterke, niet zakkende structurele verbindingen (in het bijzonder voor niet-absorberende materialen zoals glasfiberproducten), of als een vullend mengsel met een hoge dichtheid. Het toevoegen van colloidal silica maakt de mix veel harder, wat een slechtere schuurbaarheid tot gevolg heeft. Om deze reden wordt colloidal silica meestal in de minimum hoeveelheden toegevoegd aan elk mengsel waarbij de noodzaak van schuren wordt voorzien. In sommige toepassingen kan deze eigenschap juist als voordeel worden gebruikt, bijvoorbeeld voor een aanbrengen van een zeer slijtvaste laag of rand. | |
In de tabellen hieronder kunt u de gegevens vinden voor het aanmaken van bepaalde mengsels voor specifieke doeleinden.
Vul- en Egalisatiemengsels |
|||||||||
Aard Mix |
Vulm. |
Schuurbaar- |
Water afstoting |
Vulling in % t.o.v. gewicht H/H mix |
Vulling voor 1 kg H/H mix |
Silica toevoeging % t.o.v. gewicht H/H mix |
Silica toevoeging per kilo H/H mix |
Dichtheid mix ongeveer |
Volume vulmiddel + mix bij 1 kg H/H |
Bruin, lage dichtheid |
Micro-balloons |
Goed |
Gematigd |
25-30% |
250-300 gram |
2-3% |
20-30 gram |
0,6gr/cm3 |
2,2 liter |
Wit, lage dichtheid |
Glas-bubbels |
Gemiddeld |
Hoog |
35-40% |
350-400 gram |
3-5% |
30-50 gram |
05,gr/cm3 |
3 liter |
Voor de toevoeging van Colloidal Silica zie de beschrijving hierboven |
|||||||||
Lijmmengsels |
|||||||
Aard Mix |
Vulm. |
Vulling in % t.o.v. gewicht H/H mix |
Vulling voor 1 kg H/H mix |
Silica toevoeging % t.o.v. gewicht H/H mix |
Silica toevoeging per kilo H/H mix |
Dichtheid mix ongeveer |
Volume vulmiddel + mix bij 1 kg H/H |
Bruin, lage dichtheid |
Micro-balloons* |
15-20% |
150-200 gram |
4-5% |
40-50 gram |
0,7gr/cm3 |
1,8 liter |
Wit, lage dichtheid |
Glasbubbels* |
15-20% |
150-200 gram |
5-6% |
50-60 gram |
0,6gr/cm3 |
2 liter |
Doorzichtig, hoge sterkte |
Microfibres |
7-10% |
70-100 gram |
3-4% |
30-40 gram |
0,9gr/cm3 |
1,1 liter |
Voor de toevoeging van Colloidal Silica zie de beschrijving hierboven. |
|||||||
N.B. Alle vulmiddel toevoegingen zijn een benadering en kunnen door de gebruiker worden aangepast tot de gewenste consistentie.
*Microfibers hebben altijd de voorkeur bij belaste lijmverbindingen.
Als het afmeten van het vulmiddel lastig is kunt u ook de volgende indicaties gebruiken voor het bepalen van de dikte van het mengsel.
- Onverdikt (siroop): druipt – > coaten, lamineren (glasvezel etc.), impregneren
- Licht Verdikt (Ketchup): zakt –> lamineren en verlijmen van grotere oppervlakken
- Matig Verdikt (Mayonaise): plakt maar kan uitzakken – > verlijmen, hoeklijstverbindingen
- Maximaal Verdikt (Pindakaas): plakt en zakt niet uit –> hoeklijstverbindingen, plamuren, vullen
3.6 Uitharding en Pot-life
Oplossingsmiddelvrije epoxies hebben een beperkte ‘potlife’ (= periode waarin de epoxy verwerkt kan worden voor het teveel opstijft). Meng alleen hoeveelheden voor onmiddellijk gebruik om overmatige warmteontwikkeling en harsverspilling te voorkomen door vroege gelatatie (= het dikker worden/opstijven van de mix).
Naarmate de temperatuur hoger is kiest u voor een langzamere harder. In Nederland is het doorgaans verstandig om voor een snellere harder te kiezen, tenzij de temperatuur in de zomer (binnen) tot tropische waarden oploopt en de verwerkingstijd te kort dreigt te worden.
Maak met een snelle harder niet meer epoxy aan dan in 5 tot 10 minuten verwerkt kan worden; met een langzame – of extra langzame harder niet meer dan in 15 tot 20 minuten kan worden verwerkt.
Opmerking bij onderstaande tabel:
De laatste overcoating mogelijkheid staat voor het moment waarop een nieuwe epoxylaag niet meer een ononderbroken verbinding met de daaronderliggende laag zal aangaan. Dat wil niet zeggen dat er geen hechting zal plaatsvinden maar de hechting zal minder intensief zijn dan voor dit moment, als de eerste laag nog niet volledig is gedroogd.
Verwerkingseigenschappen op Temperatuur |
||||||||||||
|
Hars/Harder Snel |
Hars/Harder Langzaam |
Hars/Harder X-Langzaam |
|||||||||
15oC |
20oC |
25oC |
30oC |
15oC |
20oC |
25oC |
30oC |
15oC |
20oC |
25oC |
30oC |
|
Initiële Gemengde Viscositeit (cP) |
2770 |
1870 |
1263 |
844 |
2181 |
1366 |
862 |
545 |
2872 |
1826 |
1149 |
720 |
Geltiid 150g Mix in Water |
- |
0:17 |
- |
0:12 |
- |
0:31 |
- |
0:16 |
- |
0:51 |
- |
0:21 |
Pot -Life 500g Mix in Lucht |
- |
0:15 |
- |
0:10 |
- |
0:19 |
- |
0:13 |
- |
0:34 |
- |
0:14 |
Verwerkings-tijd |
2:20 |
1:05 |
0:30 |
0:13 |
3:00 |
2:20 |
1:50 |
1:30 |
4:10 |
3:10 |
2:20 |
1:50 |
Droogtijd |
3:30 |
1:30 |
0:45 |
0:21 |
X |
3:50 |
2:50 |
2:10 |
X |
5:00 |
3:40 |
2:45 |
Laatste Overcoatingmogelijkheid |
2:15 |
2:15 |
1:25 |
0:50 |
X |
5:20 |
3:50 |
2:45 |
X |
4:00 |
3:00 |
2:15 |
Klemtijd |
4:20 |
3:15 |
2:25 |
1:45 |
7:10 |
5:00 |
3:10 |
2:20 |
8:40 |
6:25 |
4:50 |
3:30 |
Schuren na (uren) |
20 |
15 |
11 |
8,5 |
26 |
19 |
14,5 |
11 |
31 |
23 |
17 |
13 |
(X) SP106 mixen met deze harders worden niet aanbevolen als coatings bij deze temperatuur
De tijden zijn gemeten in uren en minuten vanaf samenvoeging
Alle getallen zijn indicatief, van mix tot mix komen variaties voor
3.7 Voorbereiding van het Oppervlak
Voor het verwerken van de epoxy moet gezorgd worden dat de te verlijmen, te coaten of te vullen oppervlakken schoon, droog en stofvrij zijn. Alle oppervlaken moeten worden voorbereid door ze te schuren met medium grof schuurpapier, stofvrij te maken en af te nemen met SP Fast Epoxy Solvent A voor een optimale hechting. Laat het daarna minstens 20 minuten uitdampen.
Houd er rekening mee dat poreuze materialen zoals hout epoxy opzuigen. Dit betekent dat u voordat u elementen gaat verlijmen of een hoeklijstverbinding gaat aanbrengen, de lijmoppervlakken eerst moet voorbehandelen met onverdikte epoxy als een soort primer. Voor het coaten betekent het dat u niet met één laag kunt volstaan. Breng afhankelijk van het gewenste resultaat meerdere lagen aan.
Amine Blush
SP 106 is speciaal ontwikkeld om te kunnen worden gebruikt bij lage temperaturen. Het is één van de weinige epoxy systemen die weinig last heeft van amine blush, de vorming van een vettige laag of afscheiding in de vorm van lichte vlekken, als bijproduct op het bewerkte oppervlak. Dit kan echter nog wel optreden als de epoxy uithardt bij een lagere temperatuur (tijdens een koude nacht) of als de luchtvochtigheid hoog is. Dit laagje heeft een zeer nadelig effect op de hechting van volgende lagen.
Het optreden van amine blush is echter geen erg groot probleem en het kan verwijderd worden met water. Maak het oppervlak eerst schoon met SP Cleaning Fluid (Solvent C) en neem het daarna af met water en een schuursponsje. Droog het werkstuk daarna direct na met papieren doeken om de losgemaakte amine blush te verwijderen. Als dit niet gebeurd zal het zich weer aan de epoxy hechten.
Een alternatief om amine blush te voorkomen is het gebruik van peelply (zie kader).
Peelply (scheurdoek) is een (nylon/polyamide) weefsel dat wordt gebruikt in het lamineer-proces van weefsels, zowel bij handlayup als vacuumtechniek. Het wordt aangebracht over de laatste weefsellaag. Omdat nylon niet permanent hecht aan de epoxy kan het na uitharden makkelijk worden verwijderd en onstaat een goede ondergrond waarop direct kan worden verlijmd, geplamuurd of geschilderd. De print van het weefsel heeft een groot hechtoppervlak, vergelijkbaar met een gestraald oppervlak er hoeft dus niet geschuurd te worden. Mogelijke bijproducten die sommige epoxies onder specifieke condities aan het oppervlak produceren (amine-blush) door temperatuursschommelingen en luchtvochtigheid, maar ook verontreinigingen op het oppervlak en een eventueel teveel aan epoxy worden samen met de peelplie “weggescheurd”. Denk ook aan een gelamineerd dek waarop nog weken wordt gelopen, soms gemorst, of waarop stof komt te liggen. U kunt de peelply gewoon laten zitten totdat u klaar bent om te gaan plamuren en aflakken. Grootste voordelen: tijdwinst en onbeschadigde weefsels (er hoeft ook geen extra epoxylaag te worden aangebracht om de weefsels te beschermen tegen het schuren), betere hechting en schoon werken! |
Schuren
Het werken met epoxy houdt meestal in dat er heel veel geschuurd moet worden. Investering in (een) goede schuurmachine(s) – vlakschuurmachine, bandschuurmachine, roterende schuurmachine - is daarom aan te raden. Net als bij schilderwerk is het opruwen van het te behandelen oppervlak noodzakelijk om de epoxy zich goed te laten hechten. De hechting op onbehandeld houd is overigens uitstekend maar nadat er een laag epoxy is aangebracht als voorbehandeling en deze is uitgehard zal deze eerst gereinigd moeten worden (zie amine blush) en vervolgens geschuurd en weer stofvrij worden gemaakt om een goede mechanische verbinding te verkrijgen met de volgende laag epoxy of coating.
Al deze extra bewerkingen zijn echter op twee manieren te voorkomen. De eerste is het aanbrengen van een volgende laag voordat de eerste is gedroogd (zie de tabel onder 3.5 ‘Laatste Overcoating mogelijkheid”). U krijgt nu bovendien een betere zogenaamde chemische verbinding in plaats van een mechanische.
De tweede mogelijkheid is het aanbrengen van zogenaamd Peel Ply materiaal. Peel ply wordt over de natte laag epoxy aangebracht en kan er na uitharding weer afgetrokken worden. Dit voorkomt/verminderd amine blush (dit trekt in de peel ply) en laat bovendien een mooier oppervlak achter nadat het is verwijderd dat voldoende ruw is zodat er niet eerst weer geschuurd behoeft te worden. Het toepassen van peel ply is dus een keuze tussen het verrichten van extra werk versus een investering voor sneller werken en een beter eindresultaat.
















